Selecteer een pagina

++

Eindelijk het boek van Roland Barthes ‘de lichtende kamer’ naar de milieu-boer gebracht, alszijnde iets te vrolijke kwats. Het slaat uiteindelijk werkelijk nergens op. Ik had het jarenlang in huis en keek er regelmatig in. Volgens de algemene opinie van de fotografische goegemeente moest ik mij bevinden op een lichtend pad. Het echte stralende licht ben ik nooit tegengekomen, het werd alsmaar duisterder en obscuurder.

 

Om te beginnen worden de woorden ‘fotografie’ en ‘foto’ hardnekkig consequent geschreven met kapitalen, waarom is mij niet echt duidelijk. Het doet bijna religieus aan. In zijn overigens prachtige relaas over zijn persoonlijke ervaringen met een fotografie worden regelmatig zinnen binnen gesmokkeld die werkelijk nergens op slaan. Hij schrijft:

 

Zodoende wordt de Fotografie vals op het niveau van de perceptie en echt op het niveau van de tijd.

 

Heerlijk goedbedoelde onzin, want als men een foto waarneemt (percepare) gebeurt dat echt in het hier en nu. Als ik de foto zie is er niets vals aan mijn perceptie, zou hij het over de foto (met hoofdletter) zelf hebben dan moet ik hem teleurstellen want een foto is een dood ding welk niets kan zien, laat staan waarnemen. Zo ook met een fototoestel. Een fototoestel kan niets waarnemen, het toestel is zelfs niet blind. Het toestel kan lichtstralen registreren op een bepaald geordende wijze, en deze registratie genereert tweedimensionale beelden op een plat vlak, welk wij een foto noemen. Dus nogmaals; De foto (zonder hoofdletter) is een dood ding, en kan dus ook niet en niets waarnemen…… blah blah en etcetera… Dan beweerd mijn melancholieke vriend Roland (met hoofdletter) ook nog dat de foto echt is op het niveau van de tijd. En dat klinkt voor mij als pure esoterie in mijn oren. Nou is het zijn goed recht om esoterisch te zijn, alleen haak ik dan wel af want daar wil ikmijzelf niet mee vermoeien. Omdat de ervaring mij leert dat ik dan uiteindelijk terecht kom in non-communicale taalspelletjes waarin vrolijke goedbedoelde onzinnigheid keurig netjes verandert in aperte-onzin die gepresenteerd wordt als een magistrale waardheid. Gelukkig is het bij Barthes niet zover gekomen. Wel eindigt hij het boek met een ietwat pathetische barokke vertwijfeling, waar Levi Weemoedt nog een puntje aan zou kunnen zuigen.

 

Het boek van Roland is goed bedoeld. Het is een persoonlijk verslag van zijn eigen ervaring met fotografie (met hoofdletter). Maar het zijn Rolands ervaringen en beslist niet de mijne. Hoe hij die ervaringen beschrijft schijnt erg zinvol en zingevend te zijn voor hele hordes fotografen. Alleen niet voor mij, want ik koop zijn onzin over het punctum en het studium niet. Natuurlijk herken ik in zijn beschrijvingen veel wispelturige eigenschappen van de foto en wat die bij hun beschouwers kunnen bewerkstelligen. Die eigenschappen zou je bij het lezen van het boek bijna De Kenmerken van De Foto gaan noemen. Helaas pindakaas, het zijn niet de kenmerken van de foto maar die van de beschouwer.

 

Een Foto is echt op het niveau van de tijd……???

 

Ik zou hier iets over kunnen schrijven, maar laat mij wijselijk mijn mond houden, ik laat het over aan de lezer die dan mag nadenken of dit weblog ook echt is op het niveau van de tijd. Tenminste als u daar de tijd voor heeft, of neemt, zolang uw tijd maar niveau heeft of is. [ sic, sic, sic]

 

Het boek leent zich overigens prima om uit te citeren. Daar heb ik mijzelf ook aan bezondigd. Soms kan je er een betoog mee optuigen. Dan weer kan je er een rookgordijn mee creëren. En het gebruik van zijn citaten leent zich ook geweldig om de deftigheid van je fotograafzijn op te krikken. Het geeft je een aura van vermeende geleerdheid. Werkelijk een aanrader.

 

Roland schrijft: Het ‘pictorialisme’ is niet anders dan een overdrijving van wat de Foto van Zichzelf denkt. Lieve, lieve, beste Roland, een foto kan niet denken, echt niet, geloof me. Natuurlijk is het tof en aardig om dit boek voor sinterklaas kadoo te krijgen. Geloof je dan ook nog echt in Sinterklaas, dan is het boek een helende en strelende Epifanie die De Fotograaf Verlicht.


3 reacties:

 

Anoniem zei

Beste ‘Keees’,

Als je het verschil niet begrijpt tussen theorie en esoterie, dan is het inderdaad maar beter dat je dit boek van de hand hebt gedaan.

 

 


KEEES zei

 

Beste Anoniem,

U slaat een spijker op zijn kop. Mijn dank. Er zijn een hoop theoretische veronderstellingen die ik als zeer esoterisch ervaar. Beweringen die het mij enorm onmogelijk maken om deze twee zaken nog duidelijk te kunnen onderscheiden. Door deze on-duidelijke teksten voel ik mij on-be-holpen. Vaak is het ook zo dat de theoriën, die ten grondslag liggen aan deze teksten, volledig achter de horizon zijn verdwenen voor de onschuldige lezer. Waardoor deze teksten zo geheimzinnig worden dat ze zichzelf immuniseren tegen ieder mogelijk weerwoord van die onschuldige lezer, die deze teksten dan als intimiderend zal gaan ervaren.

 

Het betoog, de voorbeelden, en destrekkingen van het boek van Roland Barthes over fotografie bleven voor mij obscuur en ontoegangkelijk. Dit ook omdat ik zijn taal-gebruik niet helemaal begreep. Met andere woorden; zijn manier van kijken, denken en voelen.

 

Roland Barthes schrijft in hoofdstuk 14 van zijn boek “de Lichtende Kamer: het volgende:

 

De derde verrassing is die van heldenmoed: ‘sedert een halve eeuw neemt Harold E. Edgerton foto’s van een vallende melkdruppel, op een miljoenste van een seconde’ (ik hoef nauwelijks te bekennen dat dit soort foto’s mij niet raakt of zelfs maar interesseert; ik ben te zeer fenomenoloog om te houden van voorstellingen die mijn maat te buiten gaan)

 

Vooral de zin tussenhaakjes deed mijn gedachten buitelen. Impulsief en zeer gevoelsmatig dacht ik toen: “Het lijkt me dan ook flauwekul om fenomenoloog te zijn”. Want waarom gaat zo een foto van een melkdruppel uw maat te buiten. Dat ervaarde ik als een soort van discriminatie. Want de weemoedige foto’s met of zonder punctum waarover hij schrijft, zijn voor mij even reeël en/of absurd als die ene foto van die melkdruppel.

 

Maar goed, Zoals er dan foto’s zijn die de maat van Roland Barthes te buiten gaan, zo zijn er ook teksten en woorden van Barthes die mijn maat te buiten gaan. Dit omdat het stoelt op theoriën die uit mijn gezichtsveld zijn verdwenen. Waardoor zaken obscuur overkomen. En daardoor ook esoterisch klinken. Technisch-theoretisch gesproken zat ik hier met een soort van gordiaanse knoop. Moest ik de onbegrijpelijkheid helemaal gaan zitten uitpluizen? Moest ik iets doorhakken? (Iets wat niet van mij is). Deze keer heb ik het gewoon smalend terzijde geschoven.

 

Het fijne van het verhaal is dat Roland Barthes gelukkig nog over veel andere dingen heeft geschreven. Welke ik met groot plezier en interesse lees. Mijn respect voor dhr. Barthes groeit met de dag. En de theorieën over de semiotiek en de algemene fenomenologie boeien mij. En als ik zijn essays lees die hij in de jaren vijftig van de vorige eeuw heeft geschreven dan ben ik hem zelfs zeer erkentelijk. Dan buig ik voor deze man. Die mij inspireert met zijn op zijn tijd vooruit lopende visies.


 


 

roelvdbroek zei

 

Godverdomme nou zeg, wat een ongelofelijk takke boek. Ik moest deze bagger met een woordenboek en bloeddoorlopen doppen zien te ontleden. Ook heerlijk die tenenkrommende stijl van schrijven die riekt naar hoogmoed.Ik kan nog uren zo doorgaan over hoe die vent het gal naar mijn nekhaar kan stuwen, maar ik denk dat ik mijn punt heb gemaakt. Ik moet wel zeggen dat ik ontztend heb genoten van je post beste man. Cheers!

++

 

++

Pin It on Pinterest

Share This

Schrijf je in voor

Mijn Nieuwsbrief

En blijf op de hoogte van mijn nieuwe artikelen. Die uitsluitend zullen gaan over mijn zoektocht en ideëen betreffende [fotografie]

You have Successfully Subscribed!