Selecteer een pagina

++

++

Hans den Hartog Jager heeft iets met de kombinatie fotografie en schilderkunst. In de kunstbijlage van de NRC van 23 nov. ‘07 wederom een fijn artikel van hem met de titel: “Jongleren met de werkelijkheid”. Over hoe schilders foto’s gebruiken. Een goed artikel, alleen als fotograaf zijnde kwam ik niet echt aan mijn trekken.

Volgens Hans zijn er schilders die drie balletjes tegelijk omhoog houden: De werkelijkheid, de fotografische werkelijkheid en dan ook nog de schilderkunstige werkelijkheid. Terwijl hij dit beschrijft goochelt Den Hartog Jager zelf ook nog eens met allerlei woorden, en begrippen. Zoals: “Werkelijkheidsniveau”, “Beschikbaarheid van werkelijkheden” en “De betrouwbaarheid van subjectieve dan wel objectieve afbeeldingsculturen”. Hans weet de deze balletjes redelijk goed in de lucht te houden.

Gun mij de lol en laat mij eens flink kort de bocht omgaan, laat mij eens generaliseren:

Schilders hebben verstand van visuele perceptie en kunnen daardoor gemakkelijk goede foto’s maken. Terwijl fotografen niets weten van visuele perceptie en daardoor geen enkele fatsoenlijke tekening kunnen maken. Dit komt omdat deze fotografische perceptie gedaan wordt door een apparaat, dat maakt de fotograaf in dat opzicht gemakzuchtig. En gemakzucht werkt luiheid en geborneerdheid in de hand. De fotograaf moet zijn eigenwaarde dan gaan halen bij allemaal zaken die er, op de keper beschouwt, totaal niet toe doen. Hetzij een semi-intelectuele pose, would-be artistiekheid of gewoon een stylist. Of hij schrijft er ingewikkelde verhalen bij. Of totaal nutteloze ondertitels. Wat nog beter is: Een redacteur, galleriehouder of een museum curator die dan wel weet wat zo een foto mag gaan betekenen. Jawel. Je besteed de betekenis van de foto gewoon uit. En als die beeldmakelaar het goed doet dan gaat de fotograaf er zelf ook nog in geloven.

Ik zal mijn korte bocht niet laten verzanden in goedkoop cynisme, ik probeer een nuancering:

Het is niet de schilder die jongleert met de fotografische werkelijkheid. Nee, het is de fotografische werkelijkheid die jongleert met schilders, en die de fotografen hypnotiseert. Het is die werkelijkheid die de kijker in zekere zin verblindt. Hoe je het ook draait of keert de basis eigenschap van fotografie is een wetenschappelijk perspectief. Dat perspectief is geen apparaat, en het is ook geen kwast en verf. Nee, het is een idee, een formule die voor mij soms erger is dan E=mc2:

Lineair perspective:

Important as this is to picturemaking in the narrowest sense, it is doubtless even more important to general thought, because the premises on which it is based are implicit in every statement made with its aid.

Deze schone zin is afkomstig van Dhr. William M. Ivins jr. Deze William wilde op een avondje even een voetnoot schrijven bij een tekening uit de renaissance tijd. Daar struikelde hij over. Hij is er jaren mee in de weer geweest, wat resulteerde in een essay, de klassieker : On The Rationalization of Sight.

Aan de joligheid van de multi-media kunstenaar John Baldessari kan je zien dat hij geen, of op zun minst een flauwe, notie heeft van het concept fotografie. Daarentegen weet de fotograaf Andreas Gursky er weer net iets teveel van.

++

++

++

++


Pin It on Pinterest

Share This

Schrijf je in voor

Mijn Nieuwsbrief

En blijf op de hoogte van mijn nieuwe artikelen. Die uitsluitend zullen gaan over mijn zoektocht en ideëen betreffende [fotografie]

You have Successfully Subscribed!