Selecteer een pagina

++

Ik vertelde dat onze verbeelding geen produkt is van ons denken, maar dat ons denken voortkomt uit onze verbeelding. Het denken zoals wij dat momenteel denken te kennen is een vrij overspannen bezigheid van ons centraal zenuwsteldsel. De meest favoriete wijze van denken is denken in de literaire vorm. Denken in begrippen en taalkundige construkties en concepten. Oftewel het begripsmatige lineaire denken. Stapje voor stapje van a naar b en dan naar c. Zelf denk ik dat dit de meest krampachtige en geforceerde manier van denken is. Maar goed, dat is mijn opinie. Deze manier van denken vereist dat je de indrukken en de beelden moet demonteren om ze daarna wel of niet gesoorteerd in een bepaalde lineaire volgorde te zetten. Zodat het ordentelijk genoteerd kan worden. Logischerwijs – maar wat is logisch?- zou je dit dan moeten doen met tekens, tekentjes, symbolen, plaatsjes, iconen en dies meer. De Chinezen schijnen dat te doen. Ze hebben dan ook duizenden symbolen of lees-tekens. Wij westerlingen hebben gekozen voor het fonetisch schrift om zaken te noteren.

 

Gesproken taal is een zeer levend en dynamisch iets. Je hebt er een lichaam voor nodig, met stembanden, en een hoop andere zintuigen, want geloof me; alleen stembanden en een mond zijn beslist niet voldoende om een levendige gesproken taal te veroorzaken. Alleen het vokale “eindresultaat” nemen wij als basis voor ons notatie systeem. En de toegepaste techniek is even simpel als vindingrijk en ingenieus. Men heeft de klanken onderveeld in klinkers en medeklinkers, keelklanken, tongklanken en lipklanken. En het wonderlijke is dat we slechts aan zevenentwintig verschillende tekens genoeg hebben. 27 letters, die ons alphabet vormen. Maar als we deze letters gaan combineren zijn de mogelijkheden schier oneindig, en zijn ze in staat om bepaalde kenmerken van de gesproken taal te “registreren”.

 

Deze techniek is overigens uiterst illusionistisch omdat het een grafische notatie is die abstracte aspekten van onze gesproken taal vastlegt, namelijk de vermeende betekenis van die gesproken taal. Maar deze notatie moet ook “afgespeeld” worden. De grafische tekentjes – de letters- moeten weer ‘ontcijferd’ worden. En bij deze ontcijfering, het afspelen, worden dan weer vocale klanken geproduceerd. Het leent zich daarom uitstekend om voorgelezen te worden. Je hoort dan iemand iets zeggen welk hij niet zelf beleefd en geleefd heeft. Degene die het voorleest heeft het zelfs niet bedacht. De persoon die het voorleest hoeft zelfs niet te begrijpen wat hij voorleest, om het genoteerde beeld door te geven. Dat is ook één van de redenen dat politici en tv-presentatoren er zulk een rare mimiek op nahouden. Maar dat terzijde. Of men het zich toen realiseerde of niet, met het geschreven woord bezat die mensheid over een zeer machtig medium.

 

De uitvinding van het schrift was een geniale vondst, met duizelingwekkende gevolgen. Om eigentijdse terminologie te spreken; Je zou kunnen zeggen dat het alphabet de programmatuur is en dat je daarvoor verduveld weinig hardware voor nodig hebt. Pen en papier en het geschrevene, welke samen het medium ‘schrift’ vormen. Maar anno nu heb ik natuurlijk wel gemakkelijk praten. Naast mijn printer liggen 700 vellen A4 papier en met mijn internet aansluiting kan ik beschikken over triljoenen geschreven teksten. Tweeduizend jaar geleden was papier, papyrus, een uiterst kostbaar goedje. Alleen welgestelden konden er over beschikken, en uitsluitend een zeer kleine elite beheerste het schrijven en lezen. Ik heb me laten vertellen dat de verhalen van Homerus 300 jaren zijn doorverteld voordat ze werden opgeschreven. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen, want hoewel ons fonetisch schrift een prachtige techniek is om de vocale taal te registreren, uiteindelijk is het medium tot bloei gekomen doordat het werd gebruikt als “verhalen-drager”. Dit woord verzin ik hier maar ter plekke, denkend aan het woord “geluids-drager” zoals de ouderwetse cassettetape. Of het woord “beelddrager” zoals bij de fotografische emulsie van toen. Deze dragers van registraties werken als simulaties van onze zintuigelijke ervaringen, indien zij worden “afgespeeld”. Verhalen zijn in principe ook technisch van aard. In die zin dat ze gebeurtenissen, ervaringen, gevoelens en gedachtens kunnen “dragen” en “registreren” en zodoende ook “vast kunnen houden”. Uit pure armoede voel ik mij genoodzaakt om deze woorden tussen haakjes te zetten, en wel om de volgende redenen: Gedachtens, gevoelens en gebeurtenissen kunnen per definitie niet vastgehouden worden. Ze kunnen zelfs niet geregistreerd worden. Maar wel de verbeelding daarvan.

 

En de verbeelding daarvan vindt plaats in ver-taling. En dit in de meest letterlijke zin van het woord. Het schone van de zaak is dat de taal zich daar erg goed voor schijnt te lenen. Taal is verwoording van het beeld. Taal ontstaat uit de beelden die wij hebben van de tijd en de ruimte en wat daarin plaatsvind. En daarom hebben we woorden die plaats en tijd en handelingen kunnen duiden. Inclusief de onvoltooid verleden tijd en de voltooid toekomstige tijd. Een verleden tijd die onvoltooid is? Bizar, raar maar waar, tenminste in onze taal dan. Wat verbeelding allemaal niet gecreëerd zou vermogen te hebben!. Jawel, onze taal is een uiterst creatief medium, in staat om virtualiteit te beschrijven en te creëren!!! En als ik erover nadenk dan voel ik dat erin die taal, die ik dagelijks zo vanzelfsprekend gebruik, magie, mystiek en wonderen schuilen, omdat ze deel uitmaakt van mijn natuur en werkelijkheid. Taal komt voort uit onze beelden. We kunnen het gebruiken om elkaar zaken duidelijk te maken, tot op een zekere hoogte. De beelden van de werkelijkheid die we waarnemen kunnen we vocaal ver-talen. Taal komt voort uit die beelden die ze wil duiden. Ik weet het allemaal niet zeker, maar ik kan me voorstellen dat we door de taal ons bewust zijn gaan worden van die beelden. Of misschien dat de bewustwording van de beelden ons noodzaakte om het te ver-talen, dat zou ook nog kunnen. Ikzelf kies gevoelsmatig voor het laatste…..

 

De werkelijkheid is er niet maar gebeurt. En dit is zonder meer een taalkundige dooddoener. Zo ziet u maar weer. Wat ik bedoel te zeggen is dat wij nooit en te nimmer gevoelens, ervaringen, gedachtens en wat voor andere werkelijkheden dan ook kunnen registreren, of vast kunnen houden. Ik kan ze wel be-leven en ervaren, maar niet registreren in de zin van vasthouden. Zolang ik me niet bewust kan zijn wat er op een gegeven moment in een zekere cel in mijn lichaam gebeurt zolang zal ik nooit de echte inhoud van welke gedachte dan ook van mezelf kunnen begrijpen. Dat is namelijk een maatje te groot voor mij. En ik vermoed dat dat voorlopig de komende miljoenen jaren zo zal blijven. Er zijn mensen die in een geest geloven, en dan worden de zaken nog een graadje onbevattelijker. Er zijn godsdienstige mensen die de wetenschappers beschuldigen van hun pretentie om uiteindelijk alles te kunnen gaan verklaren: Lariekoek. En dit terwijl die godsdienstige mensen wel beweren de absolute waarheid te kennen. En dat ervaar ik, levend in 2008, als een onbegrijpelijk iets. En hier denk ik niet lichtzinnig over, want deze gedachtens bepalen nog steeds ons politiek landschap. Maar goed, hier wil ik het eigenlijk helemaal niet over hebben. Ik dwaalde even af. Gedachtens, gevoelens, en ervaringen daar had ik het over. Laat mij ruimhartig zijn, ik voeg daar nog wat andere ervaringen aan toe: epifaniën, wonderen, openbaringen, en geesten. Wij blijken in staat te zijn om van deze gewaarwordingen beelden te vormen, welk proces wij verbeelding noemen. En deze beelden zijn geen vermindering van die werkelijkheid en ook geen vermeerdering van die werkelijkheid; ze maken er deel van uit, ze zijn de verbeelding van de werkelijkheid. De ervaring van die werkelijkheid is dan ons beeld. En als wij in staat zijn om het beeld te vergroten, dan vergroten wij onze kijk op die werkelijkheid, maar niet de werkelijkheid zelf. Wat dat dan ook mag betekenen, goed of slecht. Wel ervaar ik dit als een machtig en huiveringwekkend schoon goed.

 

Ik begon dit stukje met de notitie dat de verbeelding geen produkt is van ons denken. Nee, denken komt voort uit onze verbeelding. En ons denken heeft hedentendage een zeer talige vorm aangenomen, dit vanwege de immense feedback van onze taal en schrift cultuur. Voor de uitvinding van het schrift leefde men en sprak men in beelden, en het zijn deze beelden die men heeft omgezet in geschreven taal. Deze beelden zijn ver-taald. De oorspronkelijke beelden waren non-dimensionaal, of multi-dimensionaal, hoe u maar wilt, maar ze waren beslist niet één-dimensinaal. En zeker niet lineair van aard, met een begin en een eind. Met de geschreven taal hebben we de beelden gedemonteerd, in stukjes verscheurd en de losse onderdelen op geabstraheerde wijze op een rijtje gezet. En als er één eigenschap is welk het beeld per definitie nooit kan bezitten dan is het wel het lineaire. Uitgezonderd de rechte lijn, dan misschien. Maar dat is dan ook weer een taalkundige dooddoener, of niet?

 

Indertijd moest de uitvinding van het schrift een enorme impact op een samenleving hebben gehad. En dit niet alleen vanwege haar illusionaire eigenschap. Zoals wij foto’s en televisiebeelden als een echte werkelijkheid ervaren, zo ervoeren de mensen toen het geschreven schrift. Het werd een werkelijkheid opzichzelf. De teksten schoven tussen de mensen en hun beelden in. Ze braken die beelden af, en ontnomen daardoor ook het zicht op de oorspronkelijke beelden. Er zijn volkeren bekend die de geschreven teksten zelfs als de absolute waarheid beschouwden en daarnaar handelden. In sommige gevallen verordonneerde de geschreven schriften zelfs een verbod op andere vormen van deze beelden. Het begin van een beeldenstrijd. En de letter werd de wet.


++


++++

Pin It on Pinterest

Share This

Schrijf je in voor

Mijn Nieuwsbrief

En blijf op de hoogte van mijn nieuwe artikelen. Die uitsluitend zullen gaan over mijn zoektocht en ideëen betreffende [fotografie]

You have Successfully Subscribed!