Selecteer een pagina

++

 

 

 

 

 

 

 

Het beeld van de betekenis. Hoe kan ik de strekking hiervan met geschreven woorden duidelijker en begrijpelijker maken? Om te beginnen wil ik stellen dat sommige zaken niet te vertalen zijn, zeker niet het begrip beeld in zijn puurste vorm, in zijn meest elementaire en archaïsche zin. Voorts heeft de gesproken taal, zijn beperkingen. Het woord boom verwijst naar de boom maar is niet de boom zelf. De boom zelf kan niet vertaald worden, kan niet omgezet worden. We kunnen alleen maar proberen te verhalen over onze ervaringen met die boom. Dat kan een poëtische beschrijving zijn of een wetenschapppelijke verhandeling. Laat mij ook vaststellen dat ik het woord beeld gebruik in zijn oorspronkelijke betekenis: het oerbeeld, het elementaire beeld, het oorspronkelijke beeld, het basis beeld, oftewel de notie van bestaande zaken in die ruimte en tijd waarin wij ons bevinden. Met nadruk gebruik ik het woord notie om daar mee te zeggen dat het geen noodzaak blijkt te zijn dat we ons bewust zijn van dat beeld. Bewust zijn is een eigenschap van ons centraal zenuwstelsel. En als wij ons , op wat voor wijze dan ook, bewust zijn van het beeld, of aspecten daarvan, dan zijn wij ook in staat om dat beeld te duiden of misschien wel te omschrijven of te beschrijven, welke uitingen zullen zijn van onze verbeelding. Indien wij ons niet bewust zijn van het beeld wil dat nog niet zeggen dat wij dat beeld niet ervaren of waarnemen. Dit omdat het bewustzijn zijn grenzen en beperkingen heeft, zo ook onze zintuigen die onze ruimte-tijd aftasten, registreren en daardoor gewaar worden. Of het bewustzijn zijn grenzen kent is een schone vraag, ikzelf denk van niet, maar we zijn altijd in de weer om het bewustzijn te onderhouden en te vergroten.

 

Ons ervaren, ons waarnemen, onze gewaarwording van het hier en nu is het basisbeeld, het oerbeeld. Het is beslist geen denkbeeld, het is de meest zinnige zintuigelijke gewaarwording. En dit terwijl ons lichaam met haar zintuigen ook nog eens deel uitmaken van datzelfde beeld. Dit beeld is ook zonder meer de absolute eis om te leven, te overleven. Dit basisbeeld, dit oerbeeld, is totaal ongedifferentiëerd. Het is niet concreet en ook niet abstract, en vanwege zijn puurheid is het onvertaalbaar, onbenoembaar, onvatbaar en ongrijpbaar. Daarom is dit beeld voor die redenen ook altijd magisch. Inhoudende dat we het niet kunnen ont-toveren of be-grijpen. Het oerbeeld is daarom ook niet onze verbeelding, want dat is iets wezenlijks anders. Het beeld is het beeld. Ons menszijn begint misschien bij de verwondering hierover. Deze verwondering kan veroorzaakt woorden door ontzag of angst, door genietingen of door lijden, door begrip of door onbegrip.

 

Wij ervaren, en erkennen het bestaan van zo een ongrijpbaar oerbeeld. Het is ook de basis van onze religiositeit. Het is de oorsprong van religie. Even voor de duidelijkheid; als ik het woord religiositeit gebruik, gebruik ik dat in de letterlijke zin van het woord. Religare = verbinden. De ervaring van het oerbeeld is een verbinding tussen wat we wel waarnemen en niet waarnemen, tussen wat we wel denken te kunnen begrijpen en wat we denken niet te kunnen begrijpen. Het verbindt het reeële en het irreële. Dus mijn gebruik van het woord religiositeit heeft totaal niets van doen met goden, het hiernamaals, wonderen, geesten al dan niet heilig, en meer van dat soort vergeestelijkte parafernalia die ons door godsdiensten in de maag worden gesplitst. Zinnig of onzinnig, terecht of onterecht, daar wil ik het in dit hier en nu even van af zijn.

 

 

beeld: Sigmar Polke

Zoals ik al opmerkte is het oerbeeld iets totaal anders dan onze verbeelding, laten we dat niet uit het oog verliezen. De mens zou geen mens zijn als hij niet probeerde dit onbegrijpelijke beeld te vatten. En hier begint dan ook onze verbeelding. Deze verbeelding komt ons niet alleen goed te pas om te overleven, ook weet ik dat we met deze verbeelding ons leven zin geven, en dat we daarmee onszelf onsterfelijk maken. Dit is wat ons mens maakt.

 

Het oerbeeld is het leven zelf. Leven is de notie van er zijn in tijd en ruimte, en ook daarnaar handelen, oftewel overleven. U en ik begrijpen dat wat ik hier zo losjes welgemeend opschrijf, voor een hoop anderen een uitnodiging is geweest om zich te storten in bizarre taalworstelingen waar zij hun leven mee vulden. En er zullen nog steeds bibliotheken bijgebouwd moeten gaan worden om het allemaal weg te stouwen. Ook realiseer ik me dat, wat ik hier voor mezelf gewoon het beeld noem, anderen zijn gaan personificeren en het voor hun gemak of ongemak god gingen noemen, of iets dergelijks. Anderen denken weer dat het beeld wordt aangestuurd door de stand van de sterren. En de filosofen met hun ‘Dasein’ en het ‘Zijn van het Zijnde’ halen de gekste en onmogelijkste taalkundige toeren uit om het met woorden te vatten. Gun mij de pret om ‘het’ gewoon ‘het beeld’ te noemen. En dat is misschien al één woord teveel. Onze verbeelding haalt de vrolijkste capriolen uit het beeld te duiden. Zo komen wij ook aan de concepten die we goden noemen, metafysica, wetenschap, transcendentie, filosofie, spiritualiteit en etcetera. Al deze begrippen, die dan zomaar identiteiten gaan worden, spruiten voort uit onze verbeelding.

 

Verbeeldingen worden door ons gepersonificeerd en worden identiteiten die we dan ook nog allerlei eigenschappen en machten toe zingen en toe schrijven. Zozeer zelfs dat er op een gegeven moment een omkering plaatsvindt. Onze verbeelding creeërt een god maar naar verloop van tijd geloven wij dat die god onze verbeelding heeft geschapen. Mooie boel. Dus kom bij mij niet aan met de vraag of er een god wel of niet bestaat. Ik heb daar geen zin in. Ik ben geen deïst, geen theïst en zelfs geen a-theïst, om de doodeenvoudige reden dat ik geen woord wil zijn. Ik ben niet geinteresseerd in deze woorden omdat ik mijn eigen verbeelding niet wil wegparkeren. Mijn verbeelding is het enige, het eerste en het laatste wat ik als mens bezit. Zou ik het verbeelden aan anderen overlaten dan wordt ik kudde, en kudde zijn is iets anders dan samen leven, en elkaars verbeeldingen delen. Ik wil mijn verbeelding niet laten capituleren aan een grote gemene deler, aan het opgelegde. Met mijn eigen verbeelding heb ik nog voeling met dat beeld waar ik zelf ook nog deel vanuit uitmaakt. Zou ik in een vreemde en opgelegde verbeelding moeten accepteren dan komt er iets tussen mij en het beeld. Op dat moment ben ik aan het verliezen, en dat verlies zal het zicht ontnemen op mijn werkelijkheid, welk misschien weer een ander woord voor het beeld zou kunnen zijn. Dit alles wil niet zeggen dat ik blind en doof ben voor de verbeelding van de ander, nee, ik zal niet zonder hen en hun beelden kunnen.

 

 

Charles Darwin

 

Want dat is mijn overtuiging; Verbeelding is beslist geen produkt van ons denken, want dat zou weer een omkering betekenen, met catastrofale gevolgen. Nee, het denken is een produkt van onze verbeelding. En of men het nu weten of geloven noemt, het is mij om het even: Het zijn de beelden welke mij overtuigen. En de betekenis van deze beelden zijn de beelden zelf. Het beeld heeft geen betekenis, beeld is betekenis.

++
++

++

Schrijf je in voor

Mijn Nieuwsbrief

En blijf op de hoogte van mijn nieuwe artikelen. Die uitsluitend zullen gaan over mijn zoektocht en ideëen betreffende [fotografie]

You have Successfully Subscribed!

Pin It on Pinterest

Share This