Selecteer een pagina

Na een lange dag hard werken op al die locaties liep ik mijn studio in om de camera tassen uit te pakken. Zie ik daar mijn vrouw aan het hannussen. “Hé, waar ben jij in godsnaam mee bezig? vroeg ik geïrriteerd. “Zie je dat godverdomme niet, ik ben je vloer aan het schoonmaken, lul!” antwoordde ze toch wel woedend. “Nou, je doe je best maar, trut. Weet je niet dat ik dat zelf al gedaan heb gisterenmiddag. Je zou trouwens de keukenkastjes voor me doen!” Wierp ik haar toe, terwijl ik goed pissig begon te worden. Ik hield er namelijk niet van dat ze zich zomaar met mijn studio bemoeide. Geterg sneerde ze: “Ach man, pleur op, ga iets normaals doen voor de kost!” Lachend gaf ik een klein trapje tegen haar trapje. Ze viel om en brak haar nek. Een ramp. Vorige week hebben we haar begraven. Echt gebeurt. Nee, het is beslist geen leuk verhaal.

 

De foto hierboven is van Melanie Bonajo uit Heerlen. Uit de serie “Modern life of the soul”. Jawel. Deze kunst-fotografe timmert leuk aan de weg. Ze exposeert in musea en in de allerbeste galleries all over the world. Het verhaaltje erbij heb ikzelf verzonnen, want dat is een nieuwe mode, en u begrijpt natuurlijk wel: ondergetekende heeft een zieke geest. Of mijn ziel daardoor meteen modern is, weet ik niet precies. Wat ik wel weet is dat het schrijven van een stukje bij andermands foto’s de ultieme vorm van zelfbevrediging is. Het geeft de schrijver -en dus de lezer- het gevoel dat ie met zijn eigen ogen datgene werkelijk denkt te begrijpen wat ie per definitie zelf niet kan zien. Raar maar waar.

 

De foto van Melanie zag ik in de nieuwe uitgave van het prestigieuze foto tijdschrift Foam_Magazine. Het thema nummer heet “construct”. En het is geweid aan de andersoortige werkelijkheid. Foto’s die een spanning teweeg moeten brengen tussen mijn fantasie en haar werkelijkheid. Nou, met die spanning valt het wel mee, alleen vermoeit het wel mijn lachspieren. Vanwege de presentatie, de reputatie en het podium van deze foto moet ik me natuurlijk wel realiseren dat het hier om belangrijke kunst gaat. Dus ik hoop dat ik geen verkeerde dingen gaat zeggen, waar ik dan later weer spijt van moet gaan krijgen.

 

De foto is een zeer simpele registratie van wat gehannus in de studio met plakband, een tijltje, laddertje, touw en plakband. Dus ik stel vast dat het hier niet om foto-kunst gaat, want nogmaals; het is een gewone recht-toe-recht-aan fotografische registratie van een “situatie”. Is het dan performance-kunst? Of is het theater? Nee, geen van beiden, want het is overduidelijk, in dit geval, dat het gehannus speciaal is gecreëerd om gefotografeert te worden. Zoveel mag wel duidelijk zijn. Is het dan een “sculpture”?. Misschien zijn al deze woorden die ik gebruik volledig sleets geraakt in het huidige discours van de moderne kunst? Dat kan dan misschien best wel zo wezen, maar dat onslaat me nog niet van de plicht om te duiden waarover het hier nou werkelijk gaat.

 

Wat gebeurt er als je vergeet dat je naar een fotografische registratie kijkt? Wat gebeurt er wanneer men zich verliest, en zich laat gaan, terwijl men kijkt naar een foto van een expliciete sexuele handeling? Dan raakt men opgewonden. Er worden dan lustgevoelens opgewekt. Wanneer men naar deze expliciete foto kijkt dan wordt er geappelleerd op de intelectuele kant van het “gezonde verstand”. Gevoelens van begrip worden er opgewekt. Of er werkelijk iets te begrijpen valt, doet niet terzake. Als de kijker maar het gevoel heeft dat hij of zij iets begrijpt. Zeker, als men bedenkt in wat voor constellaties en omstandigheden zulke kunst-foto’s gepresenteerd worden, kunnen er ook gevoelens van van vermeende interessantheid opgewekt worden. Lopend door zo een chique museum zal het een intimiderend werking hebben op de onschuldige bezoeker. In die zin is deze foto dan ook beslist pornografisch. Kunstzinnig of intelectueel. De explicietheid van dit beeld programmeert uw begripsvorming op zeer directe doch kunstmatige en botte wijze. Dit alles heeft werkelijk niets van doen met verbeelding, verdichting en laat staan met visualiteit. Want zeg nou zelf; wat valt er nou precies te zien? Melanie heeft de foto zelf niet “geconstructueerd”, nee dat heeft het fotoapparaat gedaan, want het is en blijft een expliciete obligate registratie van een vermeende gebeurtenis. Deze “gebeurtenis” is een non-gebeurtenis. Ze is niet gebeurd en ze ook niet niet-gebeurd. Met andere woorden betekent dit dat er in wezen ook niets geconstrueerd is. Wel is er flink gemanipuleerd met allerlei -letterlijk- losliggende begrippen en losse betekenissen. Normaal gesproken noemt men deze manier van ordenen: programmeren. Programmeren doet men altijd om systemen, apparaten en robots aan te sturen. Het programma zou men misschien in zijn totaal een “constructie” kunnen noemen, doch deze is altijd taalkundig van aard. Een programma bestaat uit regels die bepalen hoe iets zich moet gedragen. In dit geval de museum-bezoeker. Geprogrammeerd gedrag noemt men “would-be”. Zo zal de eigentijdse museum bezoeker ook een would-be kunstliefhebber zijn. Het verleent hem een zekere sociale status, zoals dat van een trouwe kerkganger in zijn dorpsgemeenschap. Het blinde geloof in de zaken nemen zij op de koop toe, en zal dan ook een onbetwistbare valse basis zijn van hun samenhorigheid.

 

De pretentie dat deze foto een spanning teweeg zou moeten brengen tussen mijn gevoel van werkelijkheid en fantasie is daarom ook zeer misleidend. Want het programma van deze foto heeft voornamelijk tot doel om mijn fantasie te doden en te miskennen. Ook heeft het programma tot doel om mij ver weg te houden van welke realiteit dan ook. Ik kom terecht in het absolute kunstmatige, welke niets met kunstzinnigheid of verbeelding te maken heeft, nee, integendeel. Vandaar dat ik beweer dat deze foto intelectueel gezien pornografisch van aard is, of op zijn minst pervers.

 

Het trieste van de zaak is dat ik weet dat deze foto in en met onschuld gemaakt is. Waar staat deze onschuld voor? Onvolwassenheid, onverschilligheid of onwetendheid? Zelf denk ik dat het gaat om “niet-kunnen-zien” en “niet-willen-zien”. Dit om de doodeenvoudige reden dat bij het ten uitvoer brengen van een taalkundig-programma, welks zelfs nooit een verhaal kan zijn, men per definitie verstoken zal zijn van het visuele. Het programma, haar “geconstructueerde” gedachte, zal zich altijd tussen beschouwer en de foto wringen. Daardoor zal ze het zicht op het echte beeld immer ontnemen. Het echte beeld blijft daardoor altijd ongezien. Doch dit feit zal de echte “gedachte-constructeur”, en de echte kunst-programmeur niet weerhouden om met liedevolle vlijt en schone plichtsbetrachting deze foto’s te produceren. De plichtsbetrachting bestaat dan voornamelijk hieruit dat de kunstenares zich wankelmoedig vastklampt aan een “geconstructueerde” gedachte in haar hoofd. En het is dat “programmaatje” welke op brave wijze door de geprogrammeerde foto-robot ten uitvoer wordt gebracht, speciaal voor een zeer sophisticated geprogrammeerde wereld; de eigentijdse musea en galleries met hun eigen voor-geprogrammeerde belangen. In mijn optiek bestaan de musea er dan ook niet voor echte levende kunstenaars. Nee, de would-be kunstenaars bestaan er voor de musea, en zij worden op maat geleverd, heden ten dage. Alleen al door het feit dat alles is voor-programmeerd kunnen de kunst-musea zich niet bezighouden met echte kunst, doch uitsluitend met deze solide kunst-nijverheid die dan wordt gepresenteerd als zijnde “ware kunst”.

 

Deze foto’s zijn verworden tot verraderlijke en misplaatste uitnodigingen om met je eigen ogen te geloven wat je in werkelijkheid zelf nooit kan zien. En in zekere zin zie je ook niets, alleen het hypnotische effect daarvan is zo oorverdovend dat je wel denkt te begrijpen wat je niet ziet. En dit eist vele slachtoffers. Massa’s slachtoffers. En het zijn nu net de would-be kunstenaars en de would-be fotografen die van hun leven nooit zullen toegeven dat zij daar grandioos zijn ingestonken. Zelfs als zouden ze in staat zijn om het zich te realiseren, zij zullen het nooit toegeven en ze zullen hardnekkig volharden in hun geloof. Al was het maar voor hun sociale status en hun zelfvermeende kunstenaarsschap: Tja, so much for the modern soul …………..

 

Mijn niet bestaande verongelukte vrouw draaide zich om in haar graf en zuchtte liefdevol: “Ach Kees, er bestaan rampzaliger dingen, om te fotograferen”.
Ja, het is beslist een leuk verhaal.

 

foto: “Gone Fishing: Postcards from God http://deusexeverriculum.wordpress.com/2008/06/12/dear-bobby-jindal/

::

::

++

Pin It on Pinterest

Share This

Schrijf je in voor

Mijn Nieuwsbrief

En blijf op de hoogte van mijn nieuwe artikelen. Die uitsluitend zullen gaan over mijn zoektocht en ideëen betreffende [fotografie]

You have Successfully Subscribed!