Selecteer een pagina

::

Foto: Reclame campagne van Canon voor haar nieuwste camera.

::

Vorige week gebruikte ik in één van mijn blogs een citaat van michel Frizot. Deze blijft maar rondhangen in mijn centraal zenuwstelsel, als een hardnekkig meme. Ik probeer het uit te werken, te vatten. Hieronder volgt een fragment van mijn geschrijf daarover.

 

“We zullen nooit weten wat de werkelijke bedoeling achter een beeld is, nooit weten wat een blik heeft waargenomen en wil overbrengen. Het dieperliggende niveau van de fotografie, dat wat wij denken en ons voorstellen als we ernaar kijken, heeft het realisme verdrongen. En de macht van de suggestie heeft gewonnen van de bewijsplicht.”

 

Blijft een mysterieze zin. De foto heeft het realisme verdrongen? En de suggestie heeft het gewonnen? Het verdrongen realisme vertelt iets over de vorm van het fotografisch beeld, en de gewonnen suggestie zegt iets over de inhoud van het fotobeeld. En nu ik erover denk kom ik tot de ontdekking dat alleen al het woord foto het woord beeld totaal heeft verdrongen. Erger nog de foto heeft het beeld totaal vernietigd. Ik durf zelfs te beweren dat de foto eigenlijk niets meer met het begrip beeld te maken heeft. Totaal niets! En dan heb ik het over iedere foto die pretendeert een foto te zijn! Dus ieder foto-beeld welk heel eigenwijs durft te beweren en te pretenderen dat er ooit toen en ooit ergens zich iets heeft voorgedaan, gespeeld of niet, werkelijk of theater.

Dit zeggende verplicht ik mijzelf om het onderscheid tussen beeld en foto te verklaren en te verduidelijken. Laat mij een poging wagen.

 

Het woord beeld is een ruim begrip. Er bestaat een geluidsbeeld, een driedimensionaalbeeld, een reukbeeld, een tactielbeeld en een tweedimensionaal visueel beeld. In zekere zin produceert ieder gevoel een zeker beeld. Iedere indruk die iemand op kan doen produceert een zeker beeld. Die indruk kan ongedifferentieert zijn, maar ook heel duidelijk gedifferentieert. Als ik hier in dit relaas over beeld spreek dan heb ik over het platte 2-dimensionale visuele beeld. Dit beeld is in alle opzichten een uniek menselijk fenomeen. Het beeld is gemaakt om gezien te worden – als het beeld niet gezien wordt dan bestaat het niet – daardoor bezit het een kracht en een macht waar we geen verweer tegen hebben. We staan altijd machteloos tegenover het beeld. We bezitten oren die horen, maar we zijn altijd instaat om daar met ander geluid op te reageren, en het te overstemmen. We kunnen ruiken, maar we kunnen zelf ook geur produceren. Angszweet en ander zweet of met andere lichaamssappen. Met onze tastzin kunnen we de ander voelen, die dan ook tegelijkertijd ons voelt, daar zit een zekere wederkerigheid in. Maar kijken met de ogen is van een andere orde. Verliefden kunnen elkaar uren aankijken, en staren in elkaars ogen. Vreemden recht in de ogen kijken kan soms agressief zijn, of op zijn minst zeer onbeleefd. Je kan bekeken worden en dan kijk je terug. Ook moet men bedenken dat als men iets ziet dat dat een indruk achterlaat welk visueel van aard is maar nooit en te nimmer twee-dimensionaal. Dit om de zeer eenvoudige reden dat visuele gewaarwordingen niets met het platte van doen heeft. Wij, levend in een wereld waar wij gebombardeert worden met platte foto’s en uren per dag tv kijken, zouden dat bijna vergeten! Er kan een hoop geluidsgolven op je trommelvlies vallen, maar dat hoeft dan niet persé muziek te zijn. En al wandelend door het park kan er een hoop op je netvlies vallen, maar dat zijn nog geen beelden. Misschien, signalen of tekens en heel misschien symbolen maar het zijn geen beelden. Beelden zijn twee-dimensionale vlakken met betekenissen. En als je zo een beeld ziet is het maar de vraag of jij kijkt of dat je bekeken wordt, want op het moment dat een beeld betekenis heeft is het dwingend en onontkoombaar. Het beeld kijkt de aanschouwer aan, vanwege haar betekenis. Instinctief zijn we erg gevoelig voor betekenis. Al was het alleen maar al om te overleven. Je kan een teken zien, of een spoor in het zand, en dat zal een zekere betekenis hebben. Maar de betekenis van een gemaakt beeld is van een andere orde. Hier verandert natuur in cultuur. Of anders gezegd; Het onstijgt het natuurlijke. Als een mens een sterk beeld tegenkomt voelt hij zich bekeken. En omdat het een ding betreft heeft een mens daar geen verweer tegen. En daarom heeft het beeld altijd een magische werking. Inhoudende dat we ook niet exact weten wat voor een spelletje met ons gespeeld wordt. Verbeelding, inbeelding en uitbeelding lopen ineens heel ondubbelzinnig door elkaar heen. En eigenlijk weten we ook niet meer tot welke wereld dat ding, dat beeld, behoort; tot de wereld van het uitgebeelde of tot de wereld van de aanschouwer? Vergeet niet dat men eeuwen lang, en nog steeds trouwens, heeft geknield voor een geschilderd byzantijns icoon. De afbeelding was en is heilig. Ook kan men wel of niet ontstoken in woede een foto van iemand verscheuren of doorboren. En alle moeders in de wereld hebben pasfoto’s van hun kinderen in hun portemonnee. Die worden niet bekeken, nee, die moeten daar zijn!

 

Per definitie behoort het beeld tot het irrationele, het magische. Of wij dat momenteel niet zo ervaren is een andere kwestie, ik vermoed dat wij dat totaal vergeten zijn, of niet willen weten. Ik herhaal; ieder beeld is in principe magisch, en het is dit zeer realistische feit welk totaal is verdrongen uit het foto-beeld. En daarom is de foto geen beeld meer.

 

Toch is de foto visueel van aard en twee-dimensionaal. Dus waarom is de foto geen beeld meer? En waarom en waardoor is het realisme dan verdrongen? Dat zijn nu de vragen die ik ga beantwoorden.

 

 

 

 

(Fragment: 234 <——> Wordt vervolgd.)

::++

Schrijf je in voor

Mijn Nieuwsbrief

En blijf op de hoogte van mijn nieuwe artikelen. Die uitsluitend zullen gaan over mijn zoektocht en ideëen betreffende [fotografie]

You have Successfully Subscribed!

Pin It on Pinterest

Share This