Selecteer een pagina

beeld: Salvador Dali

O help. Dit schrijven wordt werkelijk te hooi en te gras. Ik wil erover schrijven terwijl ik het niet kan overzien. Ik begrijp het gevoelsmatig wel, maar kan er verstandelijk mijn vinger niet achter krijgen. What to do? Ik ben geen filosoof, geen kunsthistoricus, geen journalist en ik kan zelfs niet schrijven. Dus de middelen die ik heb om zaken met woorden op een rijtje te zetten zijn uiterst beperkt. En dan ook nog de vraag waarom ik het überhaupt zou moeten willen weten? Waar maak ik me druk om? Gewoon gaan fotograferen en dan kijken waar het schip strand. Maar iets belet mij; een zekere vrees voor de valkuil waar zo’n beetje iedere fotograaf hedentendage in verkeerd. Erger nog; Verkeer je niet in die valkuil, dan ben je geen fotograaf. Tenminste, dat schreeuwt die wereld dagelijks tegen mij. Nee, ik wacht nog effe met het maken van foto’s, ik zal eerst zorgen dat mijn kompas zuiver werkt. En ik zal mezelf vergewissen dat ik de beste zee- en hemel-kaarten in mijn bezit heb. Desnoods maakt ik die platte-gronden zelf. Ik gun mezelf nog wat tijd opdat mijn ziel nog gezonder wordt, want uitvaren zal ik straks.

 

De foto is geen beeld”. Het begint bijkans een soort mantra te worden, maar dat is het beslist niet. Mijn overtuiging daarin groeit met de dag. Het begint zelf een fysieke ervaring te worden, welke mij trouwens enorm oplucht want iedere foto die ik tegenkom ervaar ik als een plastic blaadje die vanwege onbekende herfstigheid van een nare rare boom naar beneden dwarrelt. Ben ik dan ongevoelig voor al het schoon en al het leed in onze wereld waar deze foto-plaatjes gewag van maken? “Voor de dooie dood niet, integendeel, vergis u niet!”. “Juist daarom!”, zeg ik dan, terwijl ik het zelf nog niet helemaal begrijp. Omdat ik het zeker weet hoef ik het eigenlijk ook niet te begrijpen. Waarom zou ik? Zou ik het alleen maar geloven dan kom ik weer in een andere valkuil terecht. Een valkuil die mijn a-socialiteit alleen maar zal versterken, omdat communicatie met de andersoortige gelovigen dan steevast schipbreuk zal gaan lijden. Daarom is het misschien een kwestie van ethiek dat ik mijzelf ten doel stel het toch onder woorden te gaan brengen zodat ik het kan delen met anderen.

Ook zou ik er mijn eigen fotografische beelden ermee kunnen stutten. Daarmee bedoel ik te zeggen dat ik een handleiding en/of handreiking zou kunnen geven om mijn beelden te kunnen verstaan. Maar dat zou ook een zwaktebod kunnen wezen, want beelden moeten opzichzelf kunnen staan. Zonder rare nare bij- of onderschriften of begeleidende tekstuele verduidelijkingen. Nee, het gaat er mij niet om om mijn eigen foto’s te verklaren of te duiden, nee, totaal niet. Het gaat mij erom om het begrip fotografie te verduidelijken. Om te beginnen voor mijzelf, wetende dat straks uiteindelijk de foto zelf het het definitieve antwoord zal zijn. Foto’s zijn de producten van het fenomeen fotografie. En als ik uitzeil naar onbekende horizonnen zal ik verdomd goed moeten weten met welk materiaal ik uitvaar, want daar moet ik op vertrouwen. Vandaar. Ik zal niet alleen willen weten wat de mogelijkheden zijn maar ook moeten willen weten wat de onmogelijkheden ervan zullen zijn.

 

Een glazen objectief bundelt lichtstralen op dusdanige wijze dat zij voor ons een “begrijpelijke” afbeelding op een plat vlak weet te creëren. Deze afbeelding weten wij op diverse wijzen te fixeren en uit te vergroten. Deze afbeelding noemen wij een foto. Een foto is altijd gemaakt door een apparaat. Per definitie. Een apparaat is een idee, een gedachte, welk gematerialiseerd is. In vroegere tijden waren de schilders “het apparaat” welke het idee van het perspectief ten uitvoer brachten. Nu hoeven wij niet meer te kliederen met verf. We hebben nu de electronische camera die het gehele traject heeft geautomatiseerd. Klik, en u heeft een afbeelding, een plaatje. De camera maakt de afbeelding en niemand anders, laat ik daar duidelijk in zijn. Nu zal deze of gene beweren dat de fotograaf, die de kamera bedient, de uiteindelijke maker van de foto is. Dit omdat deze fotgraaf zelf kan kiezen uit standpunten en onderwerpen en etcetera. Maar je kan beslist de vraag stellen of dat nu eigenlijk een kwaliteit van de fotgraaf is of een kwaliteit van de camera? Maar goed, hoe dan ook, iedere foto, maar dan ook iedere, is een technische registratie van het een of ander. Daar is geen speld tussen te krijgen. Maar een registratie is totaal iets anders dan een beeld. Vandaar mijn stelling dat een foto geen beeld is, en ook nooit kan zijn. Wat is dan een beeld? Werd mij gevraagd. Fijne vraag.

Te hooi en te gras:

 

 

 

Een beeld is de oriëntatie die u nodig heeft. Deze oriëntatie wordt bewerktstelligt door uw zintuigen. Zonder oriëntatie bent u nergens. Met andere woorden: tijds- en ruimte- bepaling.

 

Bovenstaande is lijfelijk, fysiek en echt, zonder dat kunnen we niet overleven. Nu zijn er onnoembare hoeveelheden zintuigen die wij niet hebben. Heeft u daar wel eens over nagedacht? Gelukkig hebben we er een paar waarmee wij ons op vrolijke wijze mee behelpen. Ons centraal zenuwstelsel weet één en ander fijn te coördineren en op elkaar af te stemmen. Erger nog; wij zijn ons bewust van onze beeldvorming, vandaar dat wij in staat zijn om deze beelden te projecteren op materie in de vorm van tekeningen en sculpturen. En dat laatste is een zeer huiveringwekkende stap geweest. Die sloeg in als een bom. De eerste geprojecteerde beelden werden zonder meer als magisch ervaren. Onbegrijpelijk, toverachtig, onwezenlijk, buiten het zijnde, religieus, wonderlijk en etcetera. Dit gewoon door het feit dat je niet kon uitmaken of die beelden nu behoorde tot de wereld van datgene wat er wordt uitgebeeld of tot de wereld van jouw zintuigen, jouw oriëntatie, jouw beeld. Neem de allereerste grotschilderingen. Wie is nou de echte eigenaar van de grotschildering; de Bison of de primitieve schilder, die alles was behalve primitief? Tot welke wereld behoort nu eigenlijk echt de afbeelding? Het beschouwde of de beschouwer?

 

Eigenlijk leven we nog steeds in die verwarrende magie. Nog steeds zijn er talloze rechtzaken die uit moeten maken of u wel of niet zomaar iemand op straat kan fotograferen. De gefotografeerde eist nog steeds zijn rechten op. Als ik een foto maak waarop per ongeluk een stukje van een standbeeld opstaat word ik meteen vervolgd door de beelhouwer die recht meent te hebben op zijn beeldrecht! Van wie is wat nou in deze virtuele zaken……….!!!???? Nog steeds gedragen wij ons biezonder primitief. Terwijl we er wel een industrie van hebben gemaakt. (Neder Land maar dan wel met Hollandse Hoogte)

Te hooi en te gras:

 

Ieder beeld, afbeelding of inbeelding, is vanwege zijn abstractheid magisch. Of we dat nu willen weten of niet. “Kijk, daar staat een kabouter in de tuin!”. Het is geen kabouter, het is een geverfd stuk gips. Erger nog; er bestaan helemaal geen kabouters, maar we zien ondertussen , onmiskenbaar, toch echt wel een kabouter! Dus waar hebben we het eigenlijk over?

 

Te hooi en te gras:

Een foto is geen beeld. En dat kan het ook nooit zijn. Als je naar een foto kijkt dan zie je niks. Hoogstens de diarree van een bijkans perfect apparaat. Data, data, data. Je voelt niks, je kan niks aanraken, je kan alleen maar denken, en denken, en kijken en denken. Maar is denken zintuigelijk? Hebben wij een denkspier, een denkoog? Is ons centraal zenuwstelsel een zintuig? Dat is de vraag.

 

Te hooi en te gras:

Mijn hersenen zijn beslist geen zintuig. Zij coördineren mijn zintuigen. Mijn zenuwstelsel kan niets zien. Maar zij kan wel beelden vormen, en dat is totaal iets anders. Trouwens, het visuele aspect van die beelden is slecht een onderdeel van die beeldvorming. Dat wil men wel eens vergeten. Ook is het totaal niet noodzakelijk dat deze beelden verstandelijk te vatten zijn! Zolang deze beelden maar hun werk doen. Hun beeldende kracht doet ons overleven, en niet het wel-of-niet begrijpelijke aspect ervan. Anno nu is iedere foto, vanwege zijn constructie, de infantielste vorm van begrijpelijkheid geworden. Er valt niets meer te zien, alleen maar te begrijpen en te accepteren. De registratie heeft de verbeelding uitgeschakeld, en de beschouwer is onderdeel geworden van hetzelfde programma welk vervat zit in de camera.

 

Als een mens werkelijk apparaten nodig heeft om waar te nemen dan is deze mens gehandicapt. Er zal nooit en te nimmer een apparaat bestaan die de beeldvorming van mensen kan vervangen. Zou dat wel zo zijn dan is de mens verworden tot een robot, een apparaat. Apparaten zijn uitsluitend bedoeld om zaken te registreren, of om programma’s uit te voeren. Zij staan in dienst van onze beeldvorming, en niet andersom. En dat is iets wat je niet kan zeggen van de huidige fotografie. De oprechte IKEA-mens wil een inrichting zoals getoond op de foto. De puber van zestien wil eruit zien als Britney Spears die zij uitsluitend kent door het fotobeeld. Zelfs de journalistiek houd zich nu bezig met het beschrijven van fotgrafische registraties en niet meer met de werelden en beelden waar deze uit voortkomen. De opinie over de opinies is belangrijker dan hun onderliggende waarheden, die nu uit het zicht gaan verdwijnen. Niet alleen ons leven maar ook ons denken moet er uit gaan zien als een fotografisch plaatje. Geordend en strak in het perspectief.

 

 

Maar nu sla ik door …. ? Nee, de acceptatie van het automatische en technische plaatje is doorgeslagen. Daardoor is onze perceptie van die beelden gerobotiseerd. Wij kijken zoals een apparaat dat doet en raken daardoor vervreemd van onze eigen zintuigen. En daardoor ook vervreemd van onze eigen beelden en verbeelding. Die beginnen we nu zelfs als alien en vijandig te beschouwen.

Mooie boel….

(wordt vervolg…..)

 

 

Ping-pong balletjes volgens het programma van Dali.

 

++

++
++

Schrijf je in voor

Mijn Nieuwsbrief

En blijf op de hoogte van mijn nieuwe artikelen. Die uitsluitend zullen gaan over mijn zoektocht en ideëen betreffende [fotografie]

You have Successfully Subscribed!

Pin It on Pinterest

Share This