Selecteer een pagina

Bij de gratie van de waarnemer bestaat deze tekst. De waarnemer leeft altijd. Misschien leeft de schrijver en bedenker van deze tekst niet meer, maar dan heeft hij wel bestaan, ooit. En de schrijver is ook immer een waarnemer. Omdat u ooit getraind bent om deze letters te kunnen ontcijferen, komen nu deze waarnemingen tot u. De waarnemer leeft altijd, want zonder de waarnemer bestaat deze tekst niet, en dan bestaat ook de waarneming niet. De waarnemer is dat wat hij waarneemt. En alles wat leeft neemt waar. En alles wat waarneemt leeft. Leven zoals wij dat kennen speelt zich af in ruimte en tijd en bestaat uit materie. Ander leven kennen wij niet, omdat we dat niet kunnen waarnemen, laat staan dat we daar iets zinnigs over kunnen zeggen. Er zijn heel veel waarnemers die geloven dat er een nog een ander soort leven bestaat. Maar dat is geloven, en dat is iets anders dan waarnemen. Geloven is een eigenschap van het centrale zenuwstelsel bij mensen. Geloven heeft niets te maken met wat wij waarnemen, maar alles met wat wij niet kunnen waarnemen.

 

Wij nemen materie waar, haar eigenschap en haar gedragingen. Materie kan alleen bestaan in tijd en ruimte, zonder dat bestaat zij niet. Ook de waarnemer bestaat uit materie. De waarnemer is levende materie. De eigenschap van leven is dat zij wil leven, en leven is overleven. Het leven doet alles om te blijven leven, zij doet alles om in stand te blijven. De levende materie geeft haar leven door aan andere materie. Dit noemen wij voortplanten. Het leven is altijd procreatief. De hoeveelheid materie waaruit een levend wezen bestaat noemen wij, hier voor het gemak, een organisme of een lichaam. Ieder levend organisme heeft een zekere notie van ruimte en tijd. Al was het alleen maar om te overleven. Dit besef kan zeer ongedifferentieerd zijn, zoals bij een amoebe. Dit besef kan ook zeer gedifferentieerd zijn zoals bij een vogel, om maar wat te noemen. Wij mensen denken zelfs dat wij ons bewust zijn van deze notie van tijd en ruimte. Denken en bewustzijn zijn de producten van ons centraal zenuwstelsel, welk een materiëel onderdeel is van ons lichaam.

Het besef en de gewaarwording van materie in de ruimte en de tijd is de absolute basis voor beeldvorming. En beeldvorming is ook het wezen van de waarneming, zonder waarneming geen beeldvorming. Hoe rudimentair het ook moge zijn, elk levend organisme zal zich een beeld moeten vormen van de tijdruimte anders kan zij niet overleven. Hoe primitief het ook kan zijn; zonder beeldvorming kan het leven geen stand houden. Om waar te nemen en om zodoende een beeld te vormen van de tijdruimte heeft de levende materie zintuigen ontwikkeld, die de materie in haar tijd, in haar ruimte en al hun eigenschappen en hoedanigheden aftasten. En dat is geweldig voor de waarneming en nog mooier voor de beeldvorming. Dat alles om succesvol te kunnen overleven. En dat is nog mooier dan mooi; want u en ik, die kunnen waarnemen, leven nog steeds.

 

 

Tja, bovenstaande tekst pluk ik uit mijn notities. zoals kleding een verlengstuk is van je huid, een auto een verlengstuk van je benen, zo is de camera een verlengstuk voor de ogen. De gefixeerde afbeeldingen die een fotoapparaat produceert zijn dan ook technische registraties van geordende lichtstralen. Het zijn geen beelden het zijn registraties. Foto’s presenteren zichzelf wel als beelden, doch dat is een optische illusie. Zoals de twaalf konijnen die een goochelaar uit één hoed tovert. Wel bevat een foto een immense hoeveelheid brokstukjes informatie. Data. Maar een hoeveelheid data maakt nog geen beeld. Een verzameling data is en blijft een verzameling data. En een verzameling data kan nooit een consistente mededeling zijn. Alleen een behandeling en een interpretatie van deze verzameling zou een bepaald beeld op kunnen leveren. De technische, dus wetenschappelijke, aard van de fotografische registratie suggereert, door middel van haar specifike presentatie, een interpretatie met de veronderstelling dat het ook een gevormd beeld is van datgene wat door het apparaat is geregistreerd. Maar een apparaat kan zelf nooit aan beeldvorming doen, omdat een apparaat niet leeft. De beeldvorming vindt altijd plaats bij de waarnemer en nooit bij het mechanische zintuig welke alleen maar kan registreren. Door het illusionaire karakter van de foto, die haar geregistreerde data op een bepaalde ordelijke wijze presenteert, verwarren wij de registratie met onze beeldvorming. De presentatie van de geregistreerde data in een foto is zo dwingend dat zij onze beeldvorming uitschakelt en overneemt. En dat is een gevaarlijke zaak, want daarmee worden functies verwisseld. Normaal gesproken handelen wij nadat wij een beeld hebben gevormd naar aanleiding van de ontvangen zintuigelijke data, maar nu bepaald een kunstmatige gevormd beeld onze orientatie in de ruimtetijd, en schakelen ze onze echte zintuigen uit. Onze zintuigen en ons vermogen tot beeldvorming draaien nu stationar en we bevinden ons in een toestand van hypnose. En in deze trance ervaren wij de mechanisch geregistreerde data alszijn onze reële werkelijkheid waarin we ons bevinden. Waarnemen wordt ineens geloven. En geloven is handelen naar aanleiding van werkelijkheden die niet zijn waargenomen, en die dus ook niet bestaan voor de waarnemer.

 

 

 

 

 

Numerous Code Errors…………………………………..

Gramatical disfunctions…………………………………

Automated syntax research….. ………………………

Automated Code Error Correction…………………

Numerous IF-THEN conflicts…………………………

Unsolvable.

 

Bij de foto zullen wij nooit het beeld zien. De foto maakt ons blind, omdat bij het bekijken van de foto onze blik per definitie altijd naar binnen is gekeerd. Op abstracte wijze kijken we naar onze eigen abstracties, eeuwig op zoek naar het echte beeld, welke we nooit meer zullen vinden omdat we met de fotografie onze eigen kostbare spiegels hebben verwoest.

++++

Schrijf je in voor

Mijn Nieuwsbrief

En blijf op de hoogte van mijn nieuwe artikelen. Die uitsluitend zullen gaan over mijn zoektocht en ideëen betreffende [fotografie]

You have Successfully Subscribed!

Pin It on Pinterest

Share This