Selecteer een pagina

(– Voor Marc en Hans — )

 

Als kleine peuters hun handen voor hun ogen houden dan denken ze dat niemand hun ziet. En dat klopt. Want als je zo jong bent weet je nog niet echt het verschil tussen zichtbaar en onzichtbaar. Wij grote mensen weten dat natuurlijk wel. Tenminste we ‘denken’ het te weten. Maar als het media betreft dan vergeten we zelfs wat we dachten te weten. Er zijn veel ‘grote-denkers’ die het onzichbare maar ook het zichtbare vrolijk weten te mystificeren, zeker als het over de illusies en allusies gaat van onze media.

 

Stond ik in de bruna, lag daar pardoes weer een nieuwe uitgave van het FOAM_fotomagazine. Die neem ik ongezien mee, dacht ik. Want van het vorige nummer was ik laaiend enthousiast geworden. Maar helaas niets menselijks is mij vreemd, ik kon mijzelf niet bedwingen. Voor ik de kassa bereikt had moest ik toch even kijken en bladeren. Zucht. Ja, er stonden mooie foto’s in. Daar is dat blad toch voor per slot van rekening. Gewoon erg mooie foto’s, mooi erg gewone foto’s. Tja, wat zal ik zeggen; misschien wel biezonder mooie foto’s. Mooi gedrukt. mooie typografie, mooi papier. Sommige foto’s waren speciaal mooi. Of mooi omdat ze speciaal waren. En ook mooie Stasi foto’s en die waren ook erg speciaal spatiaal. Niets fout mee. Fijne landschappen, met fijne natuur. Maar er bekroop mij een gevoel van; “Dit hebben we toch eerder meegemaakt?”. Niet dat ik die foto’s eerder had gezien, nee, dat was niet het geval. Maar toch was het een soort van déja vu. Bij ongemak spreek ik mezelf altijd een beetje moed in: “Kop op, rustig blijven kijken”. En toen zag ik het. Fine arts. Ik had een catalogius van een kunstveiling in mijn handen, met schilderijen uit het jaar 1879. Prachtig. Het was een biezonder chique veilinghuis. Jammer dat de prijzen er niet bij stonden. Hele hele rustige mooie schilderijen, en allemaal heel gedurfd zonder lijst. Dat vond ik wel jammer overigens. Ook de vormgeving van de catalogus was curieus die was namelijk weer uit het jaar tweeduizendnul. Dit alles zag ik echt, tenminste zo gevoelde het, zo werd ik dat gewaar. De media-specialist-theorist Arjen Mulder zou mij verteld hebben dat dit nou typisch een buitenmediale ervaring was, bewerktstelligt door het tijdschrift-genie. Dat zal best wel. Maar dat moet ie beslist niet aan mij vertellen, dat kan ie beter aan de makers van Foam_magazine verklappen. Ik heb het tijdschrift-genie met tijdschrift en al buiten het medium van de kassa weten te houden. Weer netjes terug in het schap. Volgende keer probeer ik het weer.

 

Mijn dochter van zeven vertelde mij vandaag: “Pappa, als ik achteruit loop dan wordt ik jonger”. Met open ogen liep ze tien meter in de tuin achteruit totdat ze tegen mijn kruiwagen aanliep die slordig midden op het gazond stond. Ze riep: “O help, o help, nu ben ik een baby!

 

Geen verkeerd woord over het FOAM_fotomagazine, want daar gaat het hier niet om, alleen stond er deze keer niks in naar mijn gading, kan gebeuren. (Trouwens, maandag ga ik weer bladeren, want die Stasi- schilderijen blijven mij intrigeren.). Maar wat is er nu precies gebeurd? Ik kijk naar een tijdschrift. Op het moment dat ik in het tijdschrift kijk zie ik een foto, en wordt het tijdschrift onzichtbaar. dus ik kijk naar een foto. Maar ik kijk niet naar de foto ik kijk in de foto en zie een landschap, op dat moment wordt de foto onzichtbaar. Ik blader, reflecteer en kijk weer naar de foto’s en zie ineens schilderijen met onzichtbare lijsten. Ik schakel weer terug en ik bezie het FOAM_tijdschrift welk weer onzichtbaar wordt want ik zie een veilingcatalogus. Etcetera, etcetera…… Ook zie ik denkbeeldige prijzen, die feitelijk niet zichtbaar zijn. “Kees, dat is jouw verbeelding”. Hoor ik sommige van u reeds zeggen. Prima, daar kan ik mee leven, daar ben ik het helemaal mee eens. Maar zolang u en ik niet precies weten wat verbeelding is, en zolang wij grote mensen niet weten hoe die verbeelding echt werkt, kunnen wij geen zinnige uitspraken maken over wat wat nu wel en wat nu niet zichtbaar voor ons is. Dus wat verschillen wij dan nog van het kleine mensje die zijn handen voor zijn ogen houdt?

 

Mijn allerliefste dochter Jansje, een dansend ettertje af en toe, houd regelmatig haar handen tegen haar oren, en schreeuwt dan heel boos: “Ik wil het niet horen!”. En dat is heel verstandig van haar. Met al die grote mensen..


++++

Pin It on Pinterest

Share This

Schrijf je in voor

Mijn Nieuwsbrief

En blijf op de hoogte van mijn nieuwe artikelen. Die uitsluitend zullen gaan over mijn zoektocht en ideëen betreffende [fotografie]

You have Successfully Subscribed!